Menu +

Stagebegeleider

Welkom bij de stagehandleiding Science Education & Communication (SEC) van de TU Delft. Hier vindt u de stagehandleiding voor de studenten die de minor, master of module volgen en stage lopen op een middelbare school, uw school.

De komende weken zult u een student van de TU Delft begeleiden bij zijn of haar schoolstage. De stages vormen een belangrijk deel van de opleiding. U bent als begeleider het eerste aanspreekpunt bij de stage en u zult het meeste van de docent-in-opleiding zien terwijl hij of zij voor de klas staat.

Wij danken u hartelijk voor uw medewerking en wensen u en onze docent-in-opleiding een succesvolle stage toe!

Wij organiseren een drie-delige training voor vakcoaches in het najaar 2019. De eerste bijeenkomst is woensdag 13 november 2019, van 16.00 – 20.00 uur. Meer informatie en de mogelijkheid tot inschrijving is te vinden op de website van het Onderwijsnetwerk Zuid-Holland.

 


‘Waar ik vooral aan terugdenk is de vele keren dat ik heb gelachen met leerlingen en collega’s.’ – Huub Lammerts, minor student 2017-2018.


Aandachtspunten voor de stagebegeleider

We willen u graag wijzen op enkele belangrijke aandachtspunten:

  • De student leert ontzettend veel van de stage door de feedback van u, de vakcoach. We vragen u zoveel mogelijk na elke les, maar zeker wekelijks feedback te geven aan de student. U kunt de lesobservatieformulieren gebruiken.
  • De student stelt voor de hele stage, maar ook per week, leerdoelen op voor zichzelf. In een weekjournaal houdt de student de vorderingen bij. We vragen u en de student minstens één keer per week samen te zitten om de voortgang te bespreken. In dit gesprek kunt u de leerdoelen met de student bespreken en meedenken over het opstellen van de nieuwe leerdoelen. 
  • We vragen u om aan het einde van oriënterende stage en twee keer tijdens zowel SPA als SPB de ontwikkeling van de student aan te geven in een Rubric, gebaseerd op de 7 competenties van de docent. De student vult deze Rubric ook in over zichzelf en zal dit met u bespreken. 
  • We willen u vragen de student de ruimte te geven een eigen werkwijze te ontwikkelen en verschillende werkvormen in de lessen te proberen. Vanuit de opleiding verwachten wij dat hij/zij activerende didactiek hanteert en samenwerkend leren bevordert. Het is belangrijk dat de student diverse werkvormen, waaronder ook demo’s en practica toepast. Ook vragen wij de student om ICT in te zetten in de les.
  • Wilt u er rekening mee houden dat de student tijdens de stage ook veel tijd nodig heeft voor andere onderdelen van de opleiding? Probeer hem/haar dus niet te veel te bevragen voor extra activiteiten. Wij geven de student als richtlijn mee dat ze ongeveer 20 uur per week op school aanwezig zijn. Die tijd op school kunnen de studenten ook gebruiken voor het voorbereiden en evalueren van hun lessen.
  • De studenten moeten ook enkele stageopdrachten uitvoeren. Echter, als u zelf suggesties heeft voor alternatieve stageopdrachten, leg die dan vooral voor. De student kan in overleg met de begeleider van de TU Delft (de instituutsbegeleider) hier wijzigingen in aanbrengen.
  • Mocht u tijdens de stage onvoldoende vertrouwen hebben dat de student de stage tot een goed eind volbrengt, neemt u dan zo spoedig mogelijk contact op met de lerarenopleiding. Het is belangrijk dat de student niet pas aan het eind van de stage verneemt dat hij/zij de stage niet positief kan afronden.

Over de stages

De Delftse lerarenopleiding kent drie stages: de Oriënterende Stage, Schoolpracticum A en Schoolpracticum B. Schoolpracticum A leidt voor de minoren tot een (beperkte) tweedegraadsbevoegdheid, schoolpracticum B tot een eerstegraadsbevoegdheid. In het rooster van de student zijn hiervoor de woensdagen, donderdagen en vrijdagen vrijgehouden. Op dinsdag volgen de studenten colleges aan de TU Delft. De maandag is deels beschikbaar voor de stage. Hier vindt u meer informatie over de stages.

Beoordeling

Bij de beoordeling speelt uw evaluatie van het functioneren van de student een belangrijke rol. Om dit functioneren te beoordelen hanteren we de 7 competenties uit de wet Beroepen in Onderwijs (BIO). Wij gebruiken hiervoor de Rubrics, een beoordelingsformat waarin per competentie diverse niveaus staan gedefinieerd. Wij verzoeken u deze in de loop van de stage meerdere malen in te vullen, omdat de student daarmee kan onderbouwen de competenties in voldoende mate te beheersen. De eindverantwoordelijkheid van de beoordeling ligt bij de instituutsbegeleider van de TU Delft, die tijdens schoolpractica A en B enkele lessen van de stagiair bezoekt.

Hier vindt u meer informatie over de beoordeling van de stages.

Relevante links

Begeleiding en beoordeling

Opzet van de stages

Een lijst met begrippen

Contactgevens van de instituutsbegeleiders