Menu +

SPB

Algemene informatie SPB

Deze stage duurt ongeveer 14 weken. Voor deze stage staan 12 EC, dat komt overeen met 336 uur. Bij de start lever je een ondertekend stagecontract in, tenzij je dit al eerder hebt ingeleverd in combinatie met SPA. Tijdens deze stage ga je assisteren bij lessen, zelfstandig lessen en lessenseries voorbereiden, uitvoeren en evalueren van lessen en lessenseries. Grofweg 1/3 van de lessen geef je in de onderbouw en 2/3 van de lessen geef je in de bovenbouw. Je rondt de stage af met een portfolio met daarin bewijsmateriaal van je ontwikkeling en reflectie aan de hand van je leerdoelen. De IB is verantwoordelijk voor de beoordeling. Het succesvol afronden van SPB leidt voor masterstudenten (als onderdeel van de andere vakken uit de opleiding) tot een eerstegraadsbevoegdheid.

Hieronder volgt een nadere omschrijving van de opbouw van SPB.

Fasen en urenverdeling SPB

Lessen die je ontwerpt voor het vak Vakdidactiek 3 (VD3) en die je ook daadwerkelijk uitvoert tijdens je stage, kun je opvoeren ter vervulling van je stageopdrachten. Ga bij de stageopdrachten 15 – Lessen met ICT, 19 – Lessen voorbereiden en evalueren met PCK, 20 – Lessenserie ontwerpen of modelleren, 21 – Lessenserie SPB of je ze kunt combineren met VD3 opdrachten.

In deze stage besteed je minstens 92 klokuur in de klas en 20 uur voor overige activiteiten, zie de uitwerking van de urentabel SPB. Zie ook de opbouw van stage B.

In SPA heb je aangetoond dat je in staat bent lessen(series) te ontwerpen en te geven. In SPB doe je meer ervaring op en verdiep je je competenties. Ten opzichte van SPA zijn er de volgende verschillen:

  1. Het zwaartepunt van deze stage ligt in de bovenbouw. In het bijzonder moet je ook vakinhoudelijk competent worden op eerstegraads niveau.
  2. Het gaat specifiek om didactiek die van toepassing is op de bovenbouw, zoals het omgaan met examenprogramma.
  3. Er is meer aandacht voor gevorderde didactische vaardigheden, zoals differentiatie, samenwerkend leren, en activerende didactiek.
  4. Je gaat werken aan je persoonlijke leerpunten zoals je die aan het eind van SPA in je portfolio geformuleerd hebt. Je documenteert je ervaringen en verzamelt het door jou ontwikkelde materiaal.
  5. Op twee geschikte momenten maak je met je vakcoach de tussenstand op met behulp van het document “Ontwikkeling Competenties”. Je verbindt je verslag aan concreet bewijs van je vorderingen. Je expliciteert wat de theorie daaraan heeft bijgedragen. En je stelt je persoonlijke leerdoelen bij op basis daarvan.
  6. Er zijn aanvullende stageopdrachten die deels verschillen van die in SPA.
  7. Aan het einde van de stage maak je samen met je vakcoach en zo mogelijk je BOS op dezelfde manier de eindstand op. Je reflecteert op het geheel van je ontwikkelingen en bespreekt het eindoordeel van je vakcoach over je stage. Je eindigt met een beoordeling van je eigen startcompetentie en je plannen voor je toekomst als docent.

Start jij de stage vanuit een baan in het onderwijs? Lees dan deze aanvullende informatie over baan als stage.