Menu +

Portfolio over SPA en SPB

De kopjes op deze pagina kun je als inhoudsopgave gebruiken voor het maken van je portfolio. Aan het eind van zowel SPA als SPB lever je een portfolio in.

Je vakcoach beoordeelt vooral je functioneren tijdens de stage op basis van de Rubrics. Je IB beoordeelt vooral je academische en professionele ontwikkeling op basis van je portfolio. Zie begeleiding en beoordeling voor meer informatie.

Verzorging en voorpagina

Voorzie je portfolio van een aantrekkelijk voorblad, paginanummering, kloppende inhoudsopgave, een nette indeling en overzichtelijke opmaak. Hoofdstukken, (sub)paragrafen, eventuele figuren en tabellen, zijn van nummers en koppen voorzien. Doe literatuurverwijzingen volgen de APA richtlijn referenties. Je maakt gebruik van correct Nederlands, zowel wat stijl, grammatica als spelling betreft. Bestanden waar je naar verwijst zijn van werkende hyperlinks voorzien. Neem stukken, zoals stageopdrachten, lesvoorbereiding en gespreksverslagen, altijd maar één keer op en verwijs met behulp van hyperlinks.

Deze en soortgelijke zaken worden beoordeeld onder ‘Verzorging’ in het beoordelingsformulier. Neem in ieder geval de volgende informatie op in de voorpagina.

  • Naam student
  • Studentnummer
  • SPA of SPB
  • Stageschool
  • Naam vakcoach
  • Naam IB
  • Datum van dit document
  • Versie van dit document

Inhoudsopgave

1. Visie op het onderwijs

Hierin beschrijf je wat jij belangrijk vindt in het onderwijs en hoe jij daaraan vorm wilt geven in je beroepsuitoefening. Je beschrijft ook wat voor vakleraar je wilt zijn. In SPA en SPB kun je je tekst als volgt opbouwen:

  • visie op onderwijs (algemeen)
  • visie op pedagogiek
  • visie op jouw schoolvak en de nieuwe ontwikkelingen daarin
  • visie op didactiek van je vak

Als je eerder in de opleiding je visie op onderwijs al geformuleerd hebt, kun je die hier natuurlijk goed gebruiken. Maar je visie zal ongetwijfeld veranderen, en zich ontwikkelen tijdens je stage. Geef aan het eind van SPA en SPB ook weer welke ontwikkeling jouw visie heeft doorgemaakt. In SPA en SPB beslaat het 1 tot 2 pagina’s.

2. Informatie over de stage

Deze paragraaf bevat de relevante achtergrondinformatie bij je stage. Neem in ieder geval de volgende gegevens op:

  • SPA in de minor of in de master of SPB
  • Naam en korte beschrijving van de stageschool
  • Startdatum van de stage
  • Laatste dag van de stage
  • Totaal aantal weken van de stage

3. Urentabel

Neem  een urentabel op waarin je laat zien hoeveel uur je hebt besteed aan lessen bijwonen, lessen geven, de lessenserie geven en andere klasgebonden activiteiten. Geef aan of er afwijkingen zijn ten opzichte van het werkplan dat je aan het begin van de stage hebt ingeleverd. Geef een toelichting waarom je bent afgeweken van het werkplan. Zorg dat je dit al eerder met je IB hebt besproken. Hieronder vind je een voorbeeld van zo’n tabel.

4. Relatie theorie en praktijk

Je dient aan te tonen dat je in staat bent om theorie en praktijk te verbinden. Onder theorie verstaan we kennis die je hebt vergaard uit onder andere artikelen, boeken, colleges bij de lerarenopleiding, workshops en conferenties. In dit hoofdstuk van 2 á 3 A4 laat je zien welke theorie je hebt toegepast en op welke manier. Geef daarbij ook referenties naar de bronnen die je daarbij gebruikt. Je onderbouwt dat met bewijsmateriaal. Het is daarbij dus niet voldoende om te schrijven: ‘ik heb het boek over de 5 rollen van de leraar gebruikt’. Beschrijf specifiek:

  • welke theorie je hebt gebruikt;
  • hoe je dat hebt toegepast in je lessen of hoe je dat gebruikt om te reflecteren/evalueren;
  • voorzie dat van concreet bewijsmateriaal, bijvoorbeeld een verwijzing naar een videofragment of feedback van je begeleider.

5. Ontwikkeling van de competenties

Dit is het hart van het portfolio. Het bestaat uit de uiteindelijke laatste versie van het Ontwikkeldocument Competenties of Rubrics. Hierin beschrijf je in hoeverre je er aan het eind van Stagepracticum A of B in geslaagd bent je op de zeven competenties te ontwikkelen.

Voeg de eerdere versies van het Ontwikkeldocument Competenties in het portfolio in of koppel ze eraan met hyperlinks. Beschrijf kort je startsituatie en de ontwikkelingen daarin. Illustreer die met verwijzingen naar de eerdere versies.

Net als eerder vul je het Ontwikkelingsdocument zelf in, en laat het door je vakcoach invullen, dicht bij het einde van je stage.  Zo mogelijk vult ook je BOS het in. Jullie vergelijken en bespreken het resultaat.

Net als eerder beschrijf je de ontwikkelingen in het kaatste deel van je stage met links naar concreet bewijs. Op die manier ontstaat een totaaloverzicht van de ontwikkeling van je competenties gedurende je stage.

Het door je vakcoach ingevulde document vormt diens eindbeoordeling van je stage. Het gesprek waarin de eindbeoordeling wordt toegelicht en uitgewerkt, neem je op als onderdeel van je laatste reflectie op je ontwikkeling. Daarin bespreek je ook de overeenkomsten en verschillen tussen je eigen oordeel en dat van je vakcoach en eventueel BOS.

Zie het overzicht van bruikbaar bewijsmateriaal. Met je bewijsmateriaal toon je aan dat je aan de in de Rubrics aangegeven niveaus voldoet.  Om dat aan te tonen is het natuurlijk niet voldoende om materiaal zoals een leerlingenenquête, video-opnamen en verslag van activiteit, aan te leveren. Je dient je eigen analyse ervan te geven en met argumenten te onderbouwen dat dit de beheersing van de betrokken competentie illustreert. Verwijs steeds met hyperlinks naar het bewijsmateriaal. Geef daarbij aan waarom dit een bewijs vormt, alleen het opsommen van bewijsmateriaal is niet voldoende.

6. Conclusies

Hier vat je krachtig samen wat je geleerd hebt. Je kijkt nog eens kritisch naar je werk, en je formuleert nog eens bondig de hoofdpunten van de feedback van anderen. Relateer dit ook aan je in hoofdstuk 1 geformuleerde visie op onderwijs. Ben je op de goede weg? Je formuleert hier ook je belangrijkste leerdoelen voor de toekomst (voor de volgende stage of voor in je eventuele baan als docent). Geef antwoord op de vraag of je een docent leraar bent, dan wel kunt worden. Ook als je denkt dat je niet geschikt bent als docent mag je dat beschrijven. Dit deel beslaat grofweg 2 pagina’s.

7. Bijlagen

1. Ontwikkeldocument Competenties

Voeg eerdere versies van het Ontwikkeldocument Competenties (Rubrics) bij.

2. Stageopdrachten

Voeg hier de uitwerkingen van de stageopdrachten in.

3. Verslag van eindgesprek met vakcoahc

Neem hier het verslag op van het eindgesprek van je stage met je vakcoach (en/of BOS). Als je dat al eerder hebt opgenomen in je portfolio, geef dan hier een hyperlink naar het verslag.

4. Verslag van stagebezoek(en) in SPA en SPB

Neem hier een verslag op van het stagebezoek(en) door je IB in SPA en SPB. Heb je het verslag of de verslagen al elders in je portfolio gezet, geef dan hier een hyperlink.

5. Bewijsmateriaal

Neem hier al je (overige) bewijsmateriaal op. Werk met duidelijke kopjes, zodat het geheel overzichtelijk blijft. Neem stukken nooit meer dan één keer op, maar gebruik hyperlinks om te verwijzen.

6. Overige bijlagen

Je wilt misschien ook zaken laten zien die niet direct je competenties illustreren, maar die je gewoon mooi, ontroerend  of leuk vindt, of waar je trots op bent. Dat mag natuurlijk.

7. Literatuurlijst

Neem op een lijst met gebruikte bronnen, maak daarbij gebruik van APA richtlijnen voor het geven van referenties.