Menu +

Hoe stel je leerdoelen op?

Je bent zelf verantwoordelijk voor je leerproces. Om je ontwikkeling en je volgende stap zichtbaar en bespreekbaar te maken vragen we je om persoonlijke leerdoelen op te stellen. Dat zijn doelen waar je expliciet aandacht aan wilt besteden tijdens je stage. Je zult ook op andere vlakken voortgang boeken; de leerdoelen bepalen echter waar jij de meeste aandacht op legt, het zogenoemde brandpunt van jouw ontwikkeling.

Verwacht niet van jezelf dat je gelijk alles moet kunnen. De opleiding en de stage daarbinnen zijn een leertraject. Er zal van alles misgaan, dat geeft niet. Probeer steeds een beetje beter te worden. De stage heeft als doel om jezelf te ontwikkelen; je bent niet eindverantwoordelijk voor de resultaten van de leerlingen, die ligt bij de vakcoach. Neem dus ruimte om te experimenteren.

Maak onderscheid tussen grote leerdoelen, waar je waarschijnlijk je hele stage aan gaat werken (of langer), en kleine leerdoelen, die tezamen bijdragen aan je grote leerdoel. Kies per week of zelfs per les een klein leerdoel waar je aan gaat werken. Alle kleine doelen samen zorgen ervoor dat je de grote bereikt. Probeer leerdoelen concreet, specifiek en meetbaar te beschrijven, zeker de kleine leerdoelen.

Grote doelen zijn meestal niet in een keer bereikbaar, maar wel via de stapjes van kleine leerdoelen per les. Benut het oordeel van je vakcoach om je vorderingen te bepalen en je doelen bij te stellen (zie weekjournaal). Eén of twee kleine doelen per les zijn voldoende. Stel ze vóór de les op, maak ze passend bij je grote einddoelen en ga expliciet na of het is gelukt.

Het nastreven van leerdoelen betekent niet dat je alle andere aspecten maar links moeten laten liggen. Je wordt ten slotte beoordeeld op basis van de zeven competenties. De persoonlijke leerdoelen geven echter wel richting aan je leerproces. Betrek ook je vakcoach en BOS bij deze leerdoelen, en vraag ze hier extra op te letten en jou feedback te geven.

Voorbeelden van leerdoelen

Voorbeelden van grote leerdoelen:

  • Ik wil de leerlingen effectief en efficiënt de leerdoelen in de les laten bereiken.
  • Ik wil adequaat op ordeverstoringen reageren.
  • Ik wil een goede band met de leerlingen.
  • Ik wil van iedere les een motiverende, activerende les maken.
  • Ik wil een toetsen maken die niet te moeilijk en niet te gemakkelijk blijkt te zijn.
  • Ik wil in staat zijn een veilig en effectief klassenklimaat te creëren.
  • Ik wil iedere leerling te bieden wat hij/zij nodig heeft (differentiatie).

Voorbeelden van kleine leerdoelen:

  • Ik zorg dat de leerlingen vandaag minstens 30 minuten allemaal actief zijn.
  • Ik houd in deze les met minstens drie verschillende leerlingen ieder een persoonlijke gesprekje.
  • Ik reageer in deze les direct op ongewenst gedrag van leerlingen.
  • Ik krijg aan het begin van deze les meteen de volledige aandacht, zodat ik de les goed kan starten.
  • Ik ga een succesvol onderwijsleergesprek uitvoeren waarbij leerlingen actief meedoen.
  • Ik gebruik in deze les een werkvorm waarin leerlingen samenwerken en probeer deze ook in de parallelklas uit. Dan evalueer ik deze lessen, lettend op de verschillen en overeenkomsten).
  • Ik geef deze les minstens 10 complimenten aan individuele leerlingen of aan de groep.
  • Ik controleer bij het onderwerp van vandaag eerst welke voorkennis er is, en ga pas door als ik bevestiging heb dat de meeste leerlingen voldoende voorkennis hebben.