Stage A

Het doel van stage A is leren onderwijs vorm te geven in met name de onderbouw. Het is belangrijk dat je de stage gebruikt om je te ontwikkelen en de ruimte neemt om te experimenteren met allerlei onderwijsvormen. Je maakt gebruik van aangereikte literatuur. Je stelt je eigen leerdoelen op en geeft richting aan je eigen ontwikkeling.

De stage bestaat uit het assisteren van lessen, zelfstandig voorbereiden van lessen, uitvoeren en evalueren van lessen en lessenseries. Deze activiteiten voer je uit in de onderbouw, grofweg 2/3 van de lessen, en in de bovenbouw, ongeveer 1/3 van de lessen (voor informatica, zie de specifieke aanvullingen informatica).

Deze stage duurt 14 weken. Zie ook de urentabel stage A, met daarin de verdeling van de uren, waaronder de verplichte uren.


‘Eén van de leerlingen zei: “Meneer, u bent te laat! De volgende keer vrees ik toch echt dat we een gesprekje met uw ouders moeten hebben.”‘ – Joost Wendling – student minor 2017-2018.


Het belangrijkste is dat je gedurende je stage werkt aan je eigen ontwikkeling. Je zult die ontwikkeling echter ook zichtbaar moeten maken. Daarom maak je drie keer een momentopname van hoe je er voor staat, samen met je begeleider: aan het begin, halverwege en aan het eind.

Je sluit de stage af met een portfolio, waarin je laat zien hoe je je hebt ontwikkelt, mede aan de hand van het verzamelde bewijsmateriaal. De IB is verantwoordelijk voor de eindbeoordeling, zie de beoordeling stages.

Voor minorstudenten en modulestudenten leidt het succesvol afronden van stage A tot een beperkte tweedegraadsbevoegdheid bij afronding van de bachelor. Voor masterstudenten leidt het succesvol afronden van de stage in combinatie met de andere vakken uit het eerste deel tot het mogen vervolgen van de opleiding in het tweede deel van de opleiding, waaronder stage B.

Zie voor verder uitwerking: de activiteiten stage A.