Beoordeling stages

Beoordeling Oriënterende Stage

De Oriënterende Stage is bedoeld om te ontdekken of het onderwijs jou een beetje ligt. Voor het afronden van de Oriënterende Stage word je nog niet beoordeeld op je vaardigheden als docent; dat komt pas in stage A en vervolgens stage B. De beoordeling vindt plaats op basis van het beoordelingsformulier. Je krijgt geen cijfer, alleen een voldoende of onvoldoende.

Om de Oriënterende Stage af te kunnen ronden zul je alle stageopdrachten moeten hebben gemaakt (zie stageopdrachten OS). Alleen bij voldoende mag je beginnen met stage A.

Beoordeling stage A en stage B

Je wordt in stage A en stage B beoordeeld op de volgende aspecten:

  1. De vaardigheden die je als docent hebt. Het gaat om onder meer: ben je in staat om een kwalitatief hoogstaande les te verzorgen? Heb je goed contact met de leerlingen? De beoordelingscriteria in het Rubrics-schema beschrijven alle zeven competenties en bijbehorende subcompetenties waar je op wordt beoordeeld. De groene subcompetenties zijn daarbij het belangrijkste. Deze staan beschreven in de Rubrics. De vakcoach maakt halverwege en aan het eind van de stage een soort foto-opname door te scoren op deze competenties door de Rubrics in te vullen.
  2. De mate waarin je in staat bent om theoretische kennis en handvatten te gebruiken bij het vormgeven van je onderwijs.
  3. De groei die je laat zien tijdens de stage. Ben je in staat om je te structureel ontwikkelen in je rol als docent, onder meer op basis van de feedback van je begeleiders? Het weekjournaal kan daarbij een handvat zijn.

Om stage A en stage B positief te kunnen afronden zul je het minimaal aantal lesuren gemaakt moeten hebben (zie activiteiten stage A en structuur stage B) en alle stageopdrachten hebben gemaakt (zie stageopdrachten stage A en stageopdrachten stage B). Je mag alternatieve opdrachten uitvoeren; bespreek dit van te voren met je IB. Aan het einde van beide stages lever je een portfolio in.



De IB zal de eindbeoordeling van je stage doen op basis van:

  • De beoordeling en overige input van de vakcoach en eventueel BOS.
  • Het lesbezoek.
  • Het weekjournaal dat je gedurende je stage bijhoudt.
  • Het portfolio dat je aan het eind van je stage inlevert. Daarin beschrijf je voor elk van de zeven competenties zowel je beginsituatie, als de groei die je hebt doorgemaakt in de stage. Dit onderbouw je met bewijsmateriaal.

Op alle bovenstaande punten zul je echter voldoende kwaliteit laten zien. Het is dus niet mogelijk om het één weg te kunnen strepen tegen het ander. Ook als je fantastisch lesgeeft, verwachten we een kwalitatief goed portfolio.

De beoordeling vindt plaats op basis van het beoordelingsformulier.