Menu +

Fasen SPA

De stage bestaat uit drie fasen:

  1. Opstellen werkplan
  2. Uitvoeren van opdrachten en lessen geven.
  3. Portfolio samenstellen

Fase 1. Opstellen werkplan

Heb je nog geen stagecontract vanuit de Oriënterende Stage? Dan moet je een leeg stagecontract afdrukken, handtekeningen verzamelen en het ingevulde contract inleveren bij de administratie van de lerarenopleiding.

Aan het begin van je SPA stel je mede op basis van je leerdoelen die je aan het einde van je Oriënterende Stage hebt geformuleerd, een  werkplan SPA op. In het werkplan spreek je met je vakcoach af en laat je aan je IB zien wat je tijdens SPA wanneer gaat doen. Je plant wanneer je welke stageopdracht gaat doen.

Stap 1: Vul in overleg met je vakcoach het werkplan SPA in.

Stap 2: Stuur het werkplan naar je IB (zie de planning voor deadlines).

Fase 2. Uitvoeren van opdrachten en lessen geven

Je voert de stageopdrachten SPA uit volgens je werkplan.

Je gaat lessen assisteren. Hiervoor komen in aanmerking:

  • assisteren bij het zelfstandig werken van de leerlingen;
  • helpen van leerlingen bij bepaalde problemen met het huiswerk;
  • helpen van leerlingen die, zoals kan blijken uit een diagnostische toets, bepaalde leerproblemen hebben;
  • helpen van leerlingen die, bijvoorbeeld door ziekte, achterop zijn geraakt;
  • helpen van leerlingen met de voorbereiding op een proefwerk of SO;
  • doornemen van een gemaakt proefwerk of SO met individuele leerlingen.

In deze fase ga je steeds zelfstandiger lesgeven. Zie ook opdracht 13 – Lessen geven. Het belangrijkste onderdeel van deze fase is het geven van een aantal lessenseries in de onderbouw en in de bovenbouw. Een lessenserie is een reeks op elkaar aansluitende lessen waarin je een samenhangend stuk stof, bijvoorbeeld een hoofdstuk uit het leerboek, behandelt en afrondt met een toetsing. Zie opdracht 16: lessenserie geven . Voor zover de vakcoach dat verantwoord acht, voer je een deel van de lessenseries uit zonder de aanwezigheid van de vakcoach. Je evalueert deze lessen regelmatig, ook met je vakcoach.  Op basis van deze reflecties probeer je je lessen steeds meer te verbeteren. Je stelt aanvullende leerdoelen op. Je houdt dit bij in je weekjournaal.

Naast lesgeven heb je als docent nog andere verantwoordelijkheden, zoals overleg met ouders tijdens een ouderavond, je feedback geven over leerlingen bij een rapportvergadering en het begeleiden van leerlingen bij een activiteit buiten de les. Overleg met je vakcoach of BOS welke activiteiten je wilt en mag bijwonen.

Halverwege de stage (zie Planning en deadlines) maak je een momentopname van je ontwikkeling, dat is de tussenevaluatie. Jij en je begeleider vullen de Rubrics in voor alle 7 competenties, die bespreek je samen. Je beschrijft ook je leerdoelen voor komende periode. Je kunt de Template competentieontwikkeling en Rubrics hiervoor gebruiken. Je levert ook twee opdrachten in, namelijk opdracht 12 Vragenlijst VIL (1x), en opdracht 14 Filmopname eigen les (1x). De overige opdrachten lever je aan het eind van de stage in.

Gedurende de stage bouw je je portfolio op door zoveel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen, waaronder je lesvoorbereiding, je evaluaties, notities van je wekelijkse overleg met de vakcoach en/of BOS, je toetsen en toetsresultaten, presentaties en lesopnames.

Fase 3. Portfolio samenstellen

  • Aan het einde van je stage vullen jij en de vakcoach en/of BOS voor de laatste keer de Rubrics in. In een eindgesprek bespreek je de ingevulde formulieren met je vakcoach en/of BOS.
  • Na afloop van de SPA rond je je portfolio af en lever je deze in bij de IB.